De scholier en de veteraan


M’n vriendin was twee en een half jaar jonger dan ik en een middelbare scholier die haar eindexamen op een Drents VWO bijna had afgerond. 

Ze was bijna 18 jaar en zat nog helemaal in dat, we moeten de wereld redden stadium, dat je toen vaker zag bij jonge, idealistische adolescenten.

Zelf was ik op dat moment echter een ex-militair van net 20 jaar die, tegen zijn zin, vanuit de Libanese burgeroorlog terug naar “huis” was gestuurd. Alleen maar om, zo voelde het voor mij tenminste, daar te ontdekken dat Libanon veel meer een thuis was geweest dan dit afstandelijke Nederland, voor mijn gevoel ooit nog zou kunnen gaan worden. Daar wilde ik dan ook heel graag met m’n vriendin over praten. 

Dat waren dus twee heel verschillende werelden die voor ons allebei afzonderlijk tot op dat moment vanzelfsprekend en normaal waren geweest. Die zouden echter, zoals zou blijken niet makkelijk te combineren gaan zijn. 

Verliefd en op onze eigen wereld gericht als we waren, zagen wij dat verschil echter helemaal niet. Verliefde mensen bekijken de wereld vaak alleen vanuit hun eigen standpunt. 


Nu ik dit zo neer typ, besef ik eigenlijk pas goed, hoe groot dat verschil tussen ons toen feitelijk was. Het is alleen erg jammer dat wij toen te verliefd waren om dat te zien. Als je zo verliefd bent, weet je namelijk alles beter dan al die mensen die je met hun goeie raad een ander pad willen wijzen en niets van wat zij ook maar te zeggen hebben kan je dan op andere gedachten brengen. Die anderen begrijpen namelijk helemaal niets van de diepte van je gevoel. 


Terwijl ik nog helemaal vervreemd door m’n oude geboorte dorp liep, voelde dat dorp en alles wat ik daar eigenlijk heel goed kende, aan als een heel vreemde wereld. Ik had echter de aanstaande gesprekken met m’n vriendin om naar uit te kijken.

Als zij dus klaar was met haar schoolexamens en alle bijkomende verplichtingen, zou ze vanuit Drente naar mij in Brabant komen, want daar woonde ik toen. Er woonden ook verschillende familieleden van haar bij mij in de straat dus het was niet vreemd voor haar om daar naar toe te komen. Zo hadden we elkaar oorspronkelijk ook ontmoet. 


Toen al haar middelbare schoolse beslommeringen dus eindelijk echt achter de rug waren, en die Drentse scholier ook echt naar me toe kwam, bleek er echter een onoverbrugbare kloof tussen die scholier en deze veteraan te zijn ontstaan. 

De diepte van die kloof werd over duidelijk op een zonnige middag in mei 1982.

Net twee maanden terug uit Libanon woonde ik nog bij mijn ouders thuis en m’n vriendin en ik zaten, zoals zo vaak, op m’n zolderkamer, op kussens op de grond. Er speelde wat muziek op m'n stereo en de zon scheen door m'n zolderraam. Alles werkte dus mee aan de prettige sfeer en dat was voor mij een heerlijk moment voor het gesprek waar ik al zo lang op wachtte. 

Dat gesprek wilde ik beginnen met een onschuldige anekdote, maar al bij de eerste flard die ik over Libanon begon, snoerde zij me onmiddellijk en totaal de mond met die woorden die ik haar nog zo hoor uitspreken:

“ik wil liever niet over de oorlog praten! Vind je dat erg?”......


Ja natuurlijk vond ik dat erg, maar ik was door die, voor mij totaal onverwachte afwijzing, zo totaal uit het veld geslagen, dat ik even helemaal niets meer te zeggen had. Al zo lang had ik naar dat gesprek toegeleefd en ik was dan ook overtuigd geweest dat we over Libanon zouden kunnen praten. Haar afwijzing was dus een enorme schok voor me en liet me dan ook achter met een gevoel van totale verdoving. Van een enorme afstand hoorde ik mezelf nog “neu da geef nie” zeggen, maar dat moet de grootse leugen zijn geweest die ik ooit heb uitgesproken.

Juist met haar, wou ik praten en de mogelijkheid dat, uitgerekend zij, er helemaal niet over zou willen praten was nog geen seconde bij me opgekomen.

In tegenstelling tot alle anderen die ik iets had geprobeerd te vertellen, zou zij me toch juist wel begrijpen? Wij konden toch altijd over alles praten? Toch? 

In eerste instantie heb ik op dat moment, nog wel een beetje tegengesputterd met: “Maar, Ik wil ook niet over oorlog praten” maar verder had ik toen eigenlijk even helemaal niets meer te vertellen. 

Een totale afwijzing van mijn hele beleving had ik dan ook echt niet zien aankomen en om alles daar af te doen met “de oorlog” vond ik wel erg “kort door de bocht”


Zij, op haar beurt, wou natuurlijk vooral praten over alles wat haar, op dat moment bezig hield. Ze had net haar middelbare school opleiding afgerond en zat vol plannen waar zij natuurlijk veel liever over wou praten. Dingen als studieplannen en misschien een vakantie die mooi aansloot bij haar “klassieke talen interesses”. Dat waren zaken die haar veel meer bezig hielden dan mijn “oorlog”. 

Dat waren voor mij echter dingen die, zeker op dat moment, wel heel ver buiten mijn belevingswereld lagen. In Libanon had ik graag gelezen wat ze mij over haar wereld schreef maar eenmaal terug in Nederland wou ik ook heel graag mijn wereld met haar delen. Die deur had zij echter, door haar weigering, in mijn gezicht dicht gegooid.

In tegenstelling tot alle anderen waarmee ik over Libanon was begonnen, zou zij me toch juist begrijpen? Wij konden toch altijd over alles praten? Tussen ons was toch geen enkel onderwerp taboe? Nou, het onderwerp Libanon blijkbaar wel.


In mijn hoofd was het, al sinds het moment in Libanon, waarop ik uiteindelijk van “de post” moest vertrekken, een verdoofde warboel van gedachten en emoties waar ik niet echt raad mee wist en bij iedereen bij wie ik had geprobeerd er iets over te vertellen, had ik vooral onbegrip gescoord. Sommigen waren zelfs gewoon over iets anders begonnen. Iets dat voor mij, nergens iets mee te maken had. Ouderen waren dan weer over "hun" tweede wereldoorlog begonnen. Het was me dus heel snel duidelijk geworden dat die, me, in ieder geval niet begrepen.

Toen ik bij haar het onderwerp Libanon aansneed was ik er dus vanuit gegaan dat zij me wel zou begrijpen en helpen om die warboel in m'n hoofd te ontrafelen maar toen ik bij haar over die heerlijke tijd in Libanon wou beginnen, wilde zij dus niet over “De oorlog” praten. 


In eerste instantie heb ik toen nog wel een beetje zwakjes tegen gesputterd met: “Maar, Ik wil ook niet over oorlog praten” maar verder waren, na haar weigering alle woorden in m'n hoofd, plotseling onvindbaar. Een totale afwijzing van alles wat Libanon voor me had betekend, had ik dan ook echt niet zien aankomen.


Zij, op haar beurt, wou natuurlijk vooral praten over alles wat haar, op dat moment bezig hield. Ze had net haar middelbare school opleiding afgerond en zat vol plannen waar ze veel liever over wou praten dan die "oorlog" waar ik net van terug was. Dingen als studie plannen en vakantie hielden haar, op dat moment veel meer bezig. Dingen dus, die een scholier bezig houden. Voor mij waren dat echter idealen uit een tijd die ik, ver achter me had gelaten. 

Over die zaken had ze mij in Libanon ook al geschreven en nog daar, had ik graag gelezen wat ze maar te vertellen had. Terug in Nederland wou ik echter ook heel graag m’n eigen ervaringen en gedachtes delen en ordenen. 


Voor mij persoonlijk zou het misschien, op dat moment wel beter zijn geweest als ik kwaad zou zijn geworden bij haar afwijzing, maar ik was denk ik te zeer uit het veld geslagen om überhaupt nog iets zinnig te kunnen zeggen. Bij alle anderen die ik iets had geprobeerd te vertellen had ik tenslotte ook al voornamelijk onbegrip geoogst. Ouderen waren bijvoorbeeld steevast over hun tweede wereldoorlog begonnen, als ik iets over Libanon probeerde te vertellen. Daarom ook had ik, denk, ik al mijn hoop op haar gevestigd.

De opa die dit nu neer typt, vraagt zich nu, 44 jaar later wel af hoe het zou zijn gegaan als ze wel had willen luisteren. Zou ze dan ook begrepen hebben wat ik probeerde te vertellen? Alle anderen konden toch ook niet bevatten wat ik over Libanon te zeggen had. Eigenlijk kon ik toen, ook voor mezelf nog helemaal niet onder woorden brengen wat ik voelde of te zeggen had. Als ik al iets probeerde te vertellen, stoeide ik met m'n woorden want, binnen vetter als ik toen was, had ik nooit geleerd om over gevoelens te spreken.

Hoe kun je iemand die nog nooit een wapen in de hand heeft gehad ook uitleggen hoe het is om te leven met de noodzaak om bewapend te zijn? Hoe kun je zo iemand duidelijk maken hoe het vanzelfsprekend is dat je, een geladen wapen mee pakt uit de open kast in de keuken? Hoe kun je vertellen hoe geluiden van geweervuur, en kapot geschoten geschoten huizen, een heel vanzelfsprekend bijverschijnsel kunnen worden? Hoe kun je vertellen hoe het is om te proberen een zogenaamde vrede te bewaren, in een land waar men al een paar generaties lang geen vrede meer heeft gekend? 


Dat is blijkbaar niet uit te leggen aan mensen die de oorlog alleen maar, wel eens hebben gezien bij een kort journaal item op tv of een, vooral spannend geromantiseerde oorlogsfilm. 

Wat ik te vertellen had was ook al niet over gekomen bij m'n vader of andere ouderen die hun oorlog alleen kenden in hun rol als onderdrukt burger kind.

Net als dat de vrede niet over komt bij mensen die alleen oorlog en conflict kennen, kun je mensen die hun hele leven in het veilige, vrije westen zijn geweest, niet echt vertellen wat voor gevoel het geeft als de aanwezigheid van jou en je maten, een complete oorlog op afstand houdt terwijl je ondertussen wel de spanning voelt groeien.

Het is ook sowieso heel moeilijk om er iets over te vertellen als je zelf de zaak ook nog niet echt overziet. Gewone mensen in het vredige Nederland zagen, wat ik probeerde te vertellen ook blijkbaar alleen maar als een spannend avontuur.

Het probleem met het overbrengen van ervaringen uit een crisisgebied in een ver land, is ook dat je spreekt tegen mensen die alles wat je zegt, meten met hun eigen veilige, westerse maatstaven. Ze bekijken het zoals je, vanuit je eigen luie stoel, een spannende film op tv bekijkt. 

Niemand bracht het geduld op om echt naar me te ‘luisteren’, en ik stond er uiteindelijk helemaal alleen voor. Ik heb dan ook nooit echt met iemand over Libanon kunnen praten.

Natuurlijk heb ik nog wel meerdere keren geprobeerd om er met m'n, erg antimilitaristische, ondertussen echtgenote over in gesprek te komen, maar dat stuitte iedere keer weer op een muur van protest.

Daarom ook, ben ik uiteindelijk aan dit verhaal begonnen.

Libanon was voor mij een overweldigende herinnering van gewapende kameraadschap in een prachtig land. Maar naar haar was het een fout onderwerp waar niet over gepraat kan worden. 

Mijn Libanon maten, zag ik niet meer en alle anderen begrijpen er echt helemaal niets van. Je moet er ook bij bedenken dat we toen in heel andere tijden leefden. Het hele internet, dat we dat nu heel vanzelfsprekend vinden, was in 1982, zeker voor gewone mensen nog een verre utopie. 

Na zoveel onbegrip en vooroordeel, klampte ik me daarom maar vast aan de gedachte dat er later, wel een gesprek mogelijk zou zijn. Ze kon het gewoon nog niet bevatten dus moest ik gewoon nog even wachten tot ze er klaar voor zou zijn.