Het incident


Toen ik zo’n twee en een halve week in Libanon was, werd het leven op die kleine militaire post ondertussen heel gewoon en bleek die nachtelijke duisternis inderdaad helemaal niet zo ondoordringbaar te zijn. Die schijnbare rust in ons gebied werd toen echter wel verstoord door wat voor mij, zolang ik nog in Libanon was, altijd "het incident" is gebleven. 


Op een zonnige decemberochtend, moest ik, voor mij veel te  vroeg m'n bed uit komen omdat alle Chauffeurs en boordschutters, met de YP’s naar de CP (De CommandoPost) moesten komen. De nacht ervoor had ik een extra lange patrouille gelopen dus ik had nauwelijks geslapen maar ik was natuurlijk wel erg benieuwd naar wat er aan de hand zou kunnen zijn. Dat zou ons, dacht ik toen, op de CP wel duidelijk worden gemaakt.


Erg benieuwd zijn Ben en ik toen, in een YP gestapt en naar die CP vertrokken. 

Ik denk doordat ik nauwelijks wat geslapen had en net wakker was gemaakt, dat het toen niet bij me op kwam dat die extra lange patrouille van de nacht ervoor, er ook al iets mee te maken had gehad. 

Het geheel maakte voor mij maar weer eens duidelijk dat we dus niet meer op een militaire oefening in Nederland waren, maar de avontuurlijke jongen die ik toen was, vond het geheel natuurlijk wel erg spannend. 

Wat er beneden aan de kust nou eigenlijk gebeurd was, is mij echter, nooit verteld en terwijl ik dit nu, ruim veertig jaar later zo neer typ, besef ik dat, dat wel heel vreemd is. 


Het feit dat, er geschoten was, zij mij toen echter al niet meer zo heel veel. Er klonken tenslotte bijna dagelijks wel ergens wat schoten. Ik had in de maanden dat ik een “dienstplichtige” soldaat was geleerd dat er van zo'n soldaat gewoon wordt verwacht te doen wat hem is opgedragen. Ik was ook sowieso een jongen van 19 die eigenlijk nooit veel verder doorvroeg en in de weken na dat incident, had ik het sowieso veel te druk om nog vragen te stellen. 

Door dit zogenaamde “schietincident", werd het leven op onze post echter volledig in de war gestuurd maar in mijn gedachten is dit toch altijd "het incident" gebleven. Wat ook wel aangeeft hoezeer ik me, in die tijd had ondergedompeld in het zijn van een gewone soldaat.


Op de CP aangekomen bleken daar al  veel manschappen en een paar vreemde hoge militairen van het UNIFIL hoofdkwartier in Naqoura aanwezig te zijn dus moest iedereen zich eerst weer netjes in rijen opstellen om in “de houding” te kunnen worden gecommandeerd. Toen iedereen echter keurig aangetreden stond, en ik verwachtte ingelicht te gaan worden over wat er gebeurd was, lichtte de hoogste van die hoge officieren ons eigenlijk alleen maar in over het extra werk dat er voor ons zou zijn door “dat incident" van de voorgaande avond. 

Er was dus iets gebeurd maar over wat dat was, liet hij ons volledig in het duister tasten. Hij begon tegen ons zijn verhaal namelijk met;


"ik ga er vanuit dat iedereen ondertussen heeft gehoord wat er is gebeurd dus daar gaan we dus nu niet meer over uitweiden" en dat uitweiden heeft hij toen ook inderdaad niet gedaan. 

Op dat moment had ik echter, zoals ik al zij, zelfs niet gehoord dat er iets was gebeurd, en in al die maanden die ik daarna in Libanon ben geweest, heb ik nooit geweten wat dat "incident” nou precies had ingehouden. 

Op dat moment, had ik zelfs nog niet gehoord dat er überhaupt iets was gebeurd, en in al die maanden die ik daarna in Libanon ben geweest, heb ik daar ook nooit meer over geweten. 

Eerlijkheidshalve moet ik er wel bijzeggen dat ik dus ook nooit verder heb doorgevraagd over wat er daar precies aan de hand was geweest, maar dat was misschien omdat ik, als jongen van 19 alleen maar niet, als enige, onwetend wou overkomen. 

Jaren later, toen ik gegevens voor dit verhaal aan het verzamelen was, vond ik op het internet het verslag hieronder, van wat er tijdens dat incident echt aan de hand is geweest en ik weet nog goed dat ik me toen verhaast afvroeg waarom ons dat toen nooit is verteld. 


Het verslag in kwestie: "Op de vroege avond van 12 december is er aan de kust een groepje infiltranten (indringers) waargenomen. Er is toen een patrouille van post 7-22 uitgestuurd om te zien wat er gaande was. (Post 7-22 was een grotere post in de plantages aan de kust.) (Er werd altijd een patrouille uitgestuurd als er wat gaande of waargenomen was.) Die patrouille bestond uit drie soldaten en een sergeant. 

Ze kwamen de indringers op het spoor maar toen ze die wilden aanhouden, zagen die indringers kans om de patrouille te overmeesteren. Zij wilden toen eigenlijk alleen de drie soldaten meenemen om zich een vrije doortocht door het UNIFIL gebied te verschaffen, maar de sergeant stond er op om bij z'n mannen te blijven. De vier gijzelaars werden toen meegenomen door de citrus plantages in de richting van een vlakbij gelegen Fiji post. Daar aangekomen werd de sergeant vooruitgestuurd om de eis van een vrije doortocht door te geven.

Nadat ze de Fiji post waren gepasseerd, Werden de overvallers gestopt bij het langs de kust gelegen Fiji roadblock, waarop ze zich verplaatsten in de richting van het vlak bij gelegen Nederlandse roadblock van post 7-18. Daar lieten ze de sergeant de eis doorgeven om een voertuig ter beschikking te stellen. Intussen was er een kapitein van "Dutchbatt Operatiën" in het gebied aangekomen en toen hij de groep naderde, schoten de indringers over zijn voertuig. Op een poging van een Fiji-patrouille om de groep te naderen, werd eveneens met geweervuur gereageerd. 

Gedurende de hele gijzeling heeft die Nederlandse sergeant geprobeerd de overvallers ervan te overtuigen, zich over te geven aan UNIFIL en na een paar uur zagen die, uiteindelijk in dat ze niets zouden bereiken. 

Ze lieten de gijzelaars gaan en ontkwamen in noordelijke richting."


Maar van dat, hele gebeuren heb ik dus, zoals ik al zij, nog in Libanon, nooit iets meegekregen. Ik deed gewoon m’n werk, was heel tevreden met het soldatenbestaan en leefde in mijn eigen bubbel. 

De avond waar het hier over gaat, de avond van 12de december dus, was voor mij gewoon een lekker rustige geweest. Ik zou, met een paar anderen, de nacht-patrouille gaan lopen en had dus ook geen wacht gedraaid. Tot het moment dat de patrouille  zou vertrekken, hadden we gewoon gezellig, niks aan de hand, in onze huiskamer gezeten.

Ik herinner me wel dat de sergeant die nacht de patrouille mee liep, wat vaker gebeurde natuurlijk, en besloot om zelf met de radio te lopen, wat normaal nooit gebeurde. Iemand moest altijd met dat onding lopen en meestal was een van ons de klos. Ik zocht er toen dus nog verder niets achter dat de sergeant die keer zelf met de radio wou lopen. Ik herinner me wel dat hij toen de hele patrouille met het oortje van de radio aan zijn oor heeft gelopen maar ja, hij was ook gewoon erg fanatiek. 

Natuurlijk had de sergeant alle berichten wel gevolgd en nam hij de radio toen zelf om op de hoogte te kunnen blijven van eventuele ontwikkelingen en instructies, maar dat kwartje viel bij mij pas toen ik, laren na Libanon, met dit verhaal bezich was en deze feiten opduikelde en op een rijtje kon zetten.

Op dat moment daar, had ik gewoon alle vertrouwen in de sergeant want die had tenslotte de leiding over ons en zoals ik al zij, had ik zelf nog helemaal niet naar berichten geluisterd en was ik me daardoor nog niet bewust van het bestaan van een incident. In m'n onschuld had ik gewoon bedacht dat de sergeant, die nacht een andere route wou vinden voor onze vaste patrouille maar hoe ik op die gedacht kwam weet ik niet meer.

We hebben die nacht, de patrouille een heel eind omgelopen, tot we, na veel klim en klauterwerk voor een rechte rotswand kwamen te staan en niet verder konden. Veel verder omlopen zou geen optie zijn want onze omweg had al uren extra tijd gekost. We zijn toen dus maar een eind terug gelopen om langs de gewone route onze patrouille te kunnen afmaken.


Achteraf terugkijkend, passen alle puzzelstukjes natuurlijk prima in elkaar en besef ik natuurlijk ook wel dat die omweg, te maken had met dat incident, maar toen, In Libanon, was ik me zelfs nog niet bewust van het bestaan van puzzelstukjes. Ik volgde gewoon, zoals het een goed militair betaamd, en zocht verder niets achter de omweg die ik gewoon zag als een excentriciteit van onze erg fanatieke sergeant, die in z'n latere loopbaan in het leger nog een hoge rang heeft bereikt bij het corps commandotroepen.

Toen we uiteindelijk terug kwamen van de patrouille, begon het al licht te worden en lag ik, nog steeds niets vermoedend, vlot in m’n bed. Vanuit m'n eigen bubbel, had ik van het hele gebeuren aan de kust echter niets meegekregen. Ik werd gewoon, na nauwelijks wat geslapen te hebben, wakker gemaakt omdat alle chauffeurs en boordschutters, naar de CP moesten komen. 

Omdat ik er van uit ging dat op de CP alles wel duidelijk zou worden, heb ik toen niet verder gevraagd. Ik had nauwelijks wat geslapen en was net wakker. Dan komen er ook nog helemaal geen moeilijk vragen bij me op. 


Het verhaal van de gijzeling, hierboven, heb ik, jaren later, in ingescande rapporten on-line gevonden toen ik gegevens voor dit verhaal aan het verzamelen was en ik weet nog dat ik toen toch wel even schrok en me afvroeg waarom me dat toen, nooit is verteld, en vooral waarom ik daar nooit over heb door gevraagd.

De aanwezigheid van al die zeer ernstig kijkende, hoge militairen op de CP had natuurlijk wel meteen duidelijk gemaakt dat de situatie ernstig was, en er is ons toen ook uitdrukkelijk verteld dat het “een zeer ernstige zaak” was. Het valt me dan ook erg tegen van mezelf dat ik nooit verder heb door gevraagd over wat er nou eigenlijk was gebeurd. Je kunt dus blijkbaar ook te, blind vertrouwen in diegenen die de leiding over je hebben. 


We hebben toen een paar weken lang, iedere nacht een extra wachtpost in de plantages aan de kust ingenomen. Anderen liepen ondertussen extra patrouilles. Het werd dus een periode van lange nachten zonder slaap en dagen waar het, ondertussen gewone werk, ook gewoon doorging. Na een poosje vroeg ik me, ook door het ondertussen echt wel een rol spelende slaapgebrek, echt niet meer af wat er nou precies gebeurd was. Onze YP werd normaal gesproken alleen gebruikt voor bevoorrading en niet voor patrouilles. We hadden dan ook geen vaste radioverbinding op die YP. De draagbare verbinding die we wel mee hadden, had niet voldoende accu-capaciteit om de hele nacht aan te kunnen staan dus daarom moesten we ons, ieder uur even bij de CP melden. We hoorden dan echter alleen berichten van patrouilles en andere tijdelijke posten als de onze, maar dat waren vooral berichten dat alles onveranderd was. Soms kwam ook eén van onze patrouilles te voet langs gelopen. Dan was er even een "hallo" en een "alles goed hier" en weer verder met wachten. Het waren de kleine dingen om de tijd te doden terwijl de, gelukkig toen nog droge Libanese nachten zich in hun volle lengte uitstrekten. Indringers zijn er in die periode natuurlijk niet meer te zien geweest.


Terwijl wij nachten lang met onze YP stonden te waken, kwamen en gingen Kerst en Nieuwjaar en vooral dat nieuwjaar was een welkome afwisseling. Aan alle kanten werd er veel de lucht in geschoten en vanaf onze positie zagen we dat vanuit Tyrus, hele banden met mitrailleur-munitie, de lucht in geschoten werden. In zo’n band zit om de paar patronen een "lichtspoor” patroon, zodat de schutter kan zien waar z’n kogels ongeveer heen vliegen en daardoor ook, was dat zo mooi te volgen. 

Toen we de volgende dag op de post terug waren, hoorden we van de jongens die daar waren achtergebleven, dat ze een flair (een lichtpatroon) hadden afgeschoten als alternatief vuurwerk. Ze hadden hem afgeschoten met het smoesje dat ze beweging in de wadi voor de post zagen maar ik denk niet dat iemand dat echt geloofd heeft. Ik heb daar ook niets over terug gevonden in de officiële rapportages die ik op internet heb gevonden. 


"Overal is het rustig als we, na een nacht van waken, via post 7-22 richting de kustweg rijden. Daar komen we aan bij één van onze roadblocks (post 7-18) met schuin aan de overkant het Libanese eethuisje van "Sharif”, waar Binnen alles nog donker is. 

Vandaar volgen we de, ondertussen vertrouwde route langs een stukje van die kustweg tot we die verlaten en landinwaarts rijden langs nog een van onze roadblocks (post 7-17). Dan door het dorpje “Al Mansouri” met de moskee vaarvan een toren, hoog boven het dorp uittorent. Dan rijden we de plantages uit en slingeren de heuvels op en langs onze commando post (post 7-4) in het dorp "Maydal Zun” voor een korte debriefing. Vandaar rijden we langs de kapot geschoten huizen aan de rand van het dorp, waar het laatste restandje, nog enigszins verharde weg ophoud. Dan via het gebruikelijke, verbrede geitenpad door het dal, terug naar onze post. Daar aangekomen wacht ons een eenzame soldaat op wacht. 

Die eenzame soldaat moet nog even en wij verdwijnen naar ons bed. Daar kleed ik me uit, kruip in mijn slaapzak en slaap vrijwel onmiddellijk maar voor mijn gevoel word ik ook onmiddellijk weer wakker gemaakt. Het kan niet veel slaap zijn geweest maar we moeten ons bevoorradingsrondje ook weer gaan rijden.”