Libanon verhaal


Vertrekken


Bij het eerste moment van ontwaken leek m'n wereld nog gewoon, maar dat veranderde heel snel toen ik me realiseerde dat die vreselijke dag van m’n vertrek, nou toch echt was aangebroken. Even lag ik nog te hopen op een uitstel dat niet zou komen, maar toen ben ik toch maar eerst m'n bed uit gekomen om mijn blaas te legen. Daarna heb ik me nog gewoon gewassen en m’n tanden gepoetst in ons washok dus tot zo ver leek het nog een gewone ochtend in Libanon. Vanaf het moment echter dat ik daarna m'n toilettas meepakte om ook die bij m'n handbagage in te pakken, veranderde dat. Door die handeling werd, voor mijn gevoel, m’n vertrek ineens wel erg definitief. 

Stilletjes koesterde ik natuurlijk nog wel de ijdele hoop dat we nog te horen zouden krijgen dat, dat vertrekken op die dag, om wat voor reden dan ook, niet door zou kunnen gaan.

Als Israel nou eens precies dat moment zou hebben gekozen voor de inval in Libanon, die ze duidelijk aan het voorbereiden waren, zouden wij, misschien wel wat langer moeten blijven. Tenminste, dat was m'n stille hoop. Die inval kwam echter pas op 6-juni en zou dus nog even op zich laten wachten.


Voordat we uiteindelijk echt zouden vertrekken, had ik nog tijd voor een afscheidsrondje over de post en daarmee begon ik door eerst nog een laatste keer het slaaphol in te lopen. Daar stond m'n ondertussen lege bed, in de hoek te wachten op de volgende slaper en toen ik m’n uitgeruimde hoekje met dus al niet meer mijn bed zag, vroeg ik me even af wie er vanaf die avond in dat bed zou slapen. 

Vanuit het slaaphol, liep ik toen rechtdoor, onder het tentzeil door de bunker in, om ook daar nog een laatste keer te kijken. Er stonden daar alleen wat kisten met noodrantsoenen en een lading munitie. Daarna vervolgde ik m'n rondje, door naar het washok met z'n roestvrijstalen wasbak met drie kranen te lopen waar ik me even daarvoor nog een laatste keer had gewassen. Toen via de douche met z’n benzine gestookte boiler, de wc, de pvc pijp die als urinoir uit de grond stak naar het wacht kotje. Overal keek ik even, een laatste keer naar binnen. Zelfs bij die wc. Bij het wacht kotje heb ik ook nog een laatste blik door de kijker geworpen, naar het bekende uitzicht voor de post. Eerst draaide ik die kijker naar het oude kruisvaarders kasteel en post 7-2 vandaar volgde ik de weg via het turquoise gebouwtje van de zuid Libanese post Tango aan de overkant van de wadi, waar op dat moment een oude, vuil witte mercedes met een paar mannen stond.

Denkend aan de vele uren die ik daar, alles keurig aan de CP meldend, had gezeten, wist ik dat ik dat nooit terug zou zien als ik eenmaal van de post zou zijn vertrokken. Daarna heb ik de kijker nog even verder naar de Israëlische grens in de verte gedraaid en met een bezwaard hart heb ik vervolgens m'n afscheidsrondje via het aggregaat verder vervolgd naar de prefab om een laatste blik te werpen op de muurschildering die, geloof ik, de sergeant van onze voorgangers daar had gemaakt.


Uiteindelijk was echter onherroepelijk dat vreselijke moment waarop ik uit Libanon moest vertrekken aangebroken. Dat moment waarop ik niet meer gewoon m’n wapen meepakte om van de post af te gaan maar m’n… weekend tas en m’n radio... Dat definitieve moment dus waarop de overgang van militair naar burger begon. Even heb ik toen nog wel een laatste keer met m'n nog bijna nieuwe UZI met vol magazijn, in m'n handen gestaan tot ik die, met tegenzin weer terug in de kast zette voor m'n opvolger voor wie het dus zijn persoonlijke wapen zou zijn. 


“Eigenlijk is het een prachtige voorjaarsdag in zuid Libanon maar ik voel me alles behalve vrolijk nu ik toch echt achter in onze YP stap om te gaan vertrekken uit Libanon. Ik neem dus nu al, geen plaats meer op m'n gewone plek als boordschutter, naast de chauffeur. 

Mijn tijd in Libanon zit er echt op maar dat, is nog een erg onwerkelijke gedachte die ik nog dapper probeer te ontkennen. Met een pijnlijk besef dringt wel tot me door dat ik mijn laatste rit als boordschutter dus al heb gemaakt, Met een gevoel zoals je dat zou kunnen hebben als je een geliefd oud thuis moet achterlaten, om er nooit meer naar terug te keren, vertrek ik uiteindelijk van onze post om naar de Commando Post en van daaruit uiteindelijk terug naar Nederland te worden vervoerd. 

M'n plunjebaal wordt gelukkig apart naar Nederland vervoerd en wordt achterin een drietonner gekieperd. Ik ben blij dat ik daar tenminste niet de hele dag mee hoeft te sjouwen want het is een onhandelbaar en lomp zwaar ding."


Het Nederlandse leven uit m'n jeugd, een leven waarover ik tijdens al die maanden in Libanon, alleen maar had gelezen in de brieven van m'n vriendin, kwam veel te snel weer op me af gesneld en ik besefte pijnlijk goed dat het die zelfde dag al weer, ook mijn leven zou moeten gaan worden. Even had ik nog serieus overwogen om bij te tekenen in het leger met de bedoeling om wat langer in Libanon te kunnen blijven, maar door m’n eigen besluiteloosheid heb ik de boel maar op z’n beloop gelaten tot het echt te laat was. Toen ik later, thuis aan m’n vriendin vertelde dat ik eigenlijk had willen bijtekenen, werd echter meteen duidelijk dat zij dat zeker niet geaccepteerd zou hebben. Haar reactie daarop was namelijk: "Als je had bijgetekend, zou ik het hebben uitgemaakt.”

Een reactie die mij, op dat moment, alleen maar verbaasde, maar eigenlijk helemaal niet zo verwonderlijk was. Zij had namelijk alleen relatieve "vrede" met mijn diensttijd gehad, omdat ik nou eenmaal dienstplichtig was. Een vriend die vrijwillig soldaat wil blijven, zou voor haar en haar antimilitaristische ideeën, echt onverteerbaar zijn geweest. Haar ideeën over het leger, waren alleen, echt niet bij mij in m'n soldaten brein doorgedrongen.

Als ik die gedachte nu trouwens even verder vervolg, besef ik dat dan, niet alleen mijn leven heel anders zou zijn gelopen dan nu. M'n dochter en kleindochter zouden dan bijvoorbeeld nooit bestaan hebben, om maar even een consequentie te noemen want zoals ik haar ken, zou ze het toen ook echt uitgemaakt hebben. Hoewel die gedachte voor mijn gevoel, wel erg extreem is.


Met een gevoel alsof ik als passieve toeschouwer achter in die YP een rondleiding kreeg, speelde ondertussen in mijn hoofd nog even een gedachte van; "Als ik dit over tien of twintig jaar nog eens bezoek, is natuurlijk alles helemaal anders".

Ik was ook best wel jaloers op de jongens die op die dag zouden aankomen. Zij stonden tenminste aan het begin van hun tijd in Libanon en niet aan het eind, zoals ik. 


Onderweg naar onze CommandoPost, op het punt bij de oude cederboom, voordat we, voor de laatste keer het dorp in zouden rijden, op het punt dus waar ik op de heenweg de eerste keer het ruwe Libanese heuvelland in reed en bedacht had dat ik zo wel zou willen wonen, keek ik op de terug weg nog eens goed om me heen en vroeg ik me af of ik dat ooit weer terug zou kunnen zien. Misschien kon ik nog eens naar Libanon als ik gewoon nog bijtekende?

Een klein stukje verder, bij het kapot geschoten huis met de blauw/witte tegelvloer, waar we zo vaak hadden gezeten tijdens de nachtelijke patrouilles, bedacht ik ook nog dat, dat eigenlijk een prachtige plek zou zijn geweest om te wonen. Waarom heb ik me toen eigenlijk nooit echt afgevraagd wat dat ooit geweest kon zijn. Misschien hoorde die vloer wel bij een badhuis waarvan alleen die vloer en wat stukken muur met kleine kamertjes nog restte. Waarom heb ik daar toen eigenlijk nooit verder over nagedacht of doorgevraagd? Al die beelden bleef ik zo veel mogelijk opsnuiven totdat m'n geliefde landschap uiteindelijk achter de huizen van het dorp was verdwenen. 


Op de CP aangekomen, moesten we natuurlijk weer eerst zo’n toespraak van onze kapitein ondergaan. Vervolgens zijn we achterin een witte UN vrachtwagen naar Beiroet vervoerd. Dat alles gebeurde natuurlijk in een strak geregeld schema maar daarover is mijn precieze herinnering erg vaag. Volgens mij heb ik de hele reis naar Beiroet, diep in gedachten verzonken voor me uit zitten staren met vooral het gevoel dat ik een onafgemaakte taak achterliet die ik zo graag zou hebben voltooid. 

Het door burgeroorlogen verscheurde land, kwam duidelijk tot rust in de gebieden waar wij zaten. Mensen waren weer bezig met het opbouwen van hun bestaan en er was, voornamelijk met ons, een welige handel opgebloeid.

Door die naderende Israëlische dreiging was dat echter allemaal in gevaar. Het voelde aan als een kruitvat waarvan de lont bijna is opgebrand. Hoe lang zou dat nog gaan duren?... Maar ik moest dus terug naar waar ik vandaan kwam. Je kunt je misschien voorstellen dat, dat laatste zinnetje, voor mij een heel andere betekenis heeft dan voor gemiddeld rechts Nederland. 


De hele weg naar Beiroet is verder in een waas voorbij gegaan. We moeten weer de zelfde serie roadblocks zijn gepasseerd als op de heenweg, maar daar heb ik niet veel van meegekregen. Ik herinner me nu, eigenlijk alleen één lang oponthoud omdat ik er nog een laatste  foto gemaakt heb. Het heeft me achteraf nog verbaast dat die nog gelukt was, want eigenlijk was m’n rolletje allang vol. Het zat alleen nog in m’n camera omdat ik toch geen nieuw rolletje meer had.