Terug op Beiroet
Toen we op het vliegveld van Beiroet aankwamen en uitstapten, moesten we ons natuurlijk eerst weer keurig opstellen want we zaten nou eenmaal in het leger. Natuurlijk voelde ik op dat moment helemaal niets voor een exercitie maar we waren goed gedrilde militairen dus we hebben ons wel gewoon uitgelijnd waarna de kapitein ons “in de houding” commandeerde.
Eventjes had ik het vluchtige gevoel alsof ik weer netjes in de rij moest gaan staan op de kleuterschool maar toen was ik snel weer een militair in Libanon.
Nu wij echter de vertrekkende “oude hap” waren, was er van dat gevoel van kinderen op een heel spannend schoolreisje, zoals het voor mij, bij aankomst in Libanon nog een beetje had gevoeld, helemaal niets meer over.
Wat er nog wel over was, was een opstandig gevoel van, 'moet dit nou echt'? En met dat zelfde gevoel marcheerden we toen ook naar, de zelfde plek als waar we gestaan hadden op de heenweg en ook nu stond daar een nieuwe lichting te paraat. Zouden zij net zo “vol verwachting” zijn als ik dat toen was ?
Het vliegveld was in ieder geval nog het zelfde, door burgeroorlog geteisterde, als toen wij die nieuwen waren geweest en natuurlijk waren er daar ook weer de zelfde toespraken om te ondergaan. Alleen deze keer waren wij degenen die bedankt werden voor de inzet.
Na een paar woorden gingen echter m'n gedachtes al weer terug naar de post die ik voorgoed verlaten had.
Toen dat officiële gedeelte achter de rug was, werden wij afgemarcheerd en nu kregen wij het applaus, wat eigenlijk nauwelijks tot me door drong. Het viel me eigenlijk pas op toen ik bij het langs marcheren opzij keek en de meeste van die opvolgers zag klappen.
Na die formaliteiten, konden wij naar het vliegtuig om in te stappen en pijnlijk bewust van wat ik deed zette ik toen de laatste stappen op Libanese bodem, voordat ik met grootte tegenzin, de trap naar het vliegtuig op klom.
Mijn linker voet is de laatste geweest die de Libanese bodem heeft aangeraakt en met het spreekwoordelijk lood in m'n schoenen, trok ik hem los van die bodem en verbrak ik het fysieke contact met het land waar ik intens van was gaan houden.
Ik wou dus helemaal niet weg, maar liep wel gewoon achter m'n voorganger aan de trap naar het vliegtuig op. Binnen aangekomen liep ik gewoon maar achter Jan V, die voorganger dus, aan, zette m’n bagage ook in het vak voor de handbagage.
Zo moet het tenminste zijn gegaan maar ik was me op dat moment helemaal niet bewust van mijn precieze acties en kan me die nu ook niet herinneren. Voor mij begint de film weer met:
"Met m'n knieën klem tegen het plastic klaptafeltje in de rugleuning van de stoel voor me, zit ik hier te wachten op een vertrek waar ik helemaal geen zin in heb. Toen ik hier net binnen kwam, bekroop me al meteen een bekend, oud, volle trein / ochtendspits gevoel dat ik me nog herinner van vroeger toen ik nog dagelijks, met een forenzen trein naar de middelbare school reed.
Dit vliegtuig naar "huis" voelt dan ook aan als veel vreemdere wereld dan de wereld die ik vanmorgen heb achtergelaten. Alles aan dit vliegtuig voelt ook nog eens erg nep en gemaakt aan. Van de, professionele glimlach van die stewardessen met hun keurige blauwe pakjes tot het interieur waarin we zitten, staat dan ook alles me tegen." Ik besef echter ook dat ik deze vliegreis meer als een terug naar de gewone wereld zou kunnen zien. Of terug naar de echte wereld, zoals de afgelopen week nog iemand blij opmerkte.
Eigenlijk zou Nederland dus meer de gewone wereld moeten zijn dan de ruwe heuvels waar ik me de afgelopen maanden zo thuis heb gevoeld.
Van de zoemende spanning van de heenreis is ondertussen niets over en mijn gedachtes zijn bij dingen als: "Ik wil helemaal niet weg" en "Hoe zou het zijn geweest als ik geweigerd zou hebben om die trap op te lopen en zou dat mijn vertrek echt vertraagd hebben?"
Uiteindelijk, na wat een verrassend lang leek te moeten duren, kwam het vliegtuig echter onherroepelijk in beweging, het steeg op en verliet Libanon en dat gaf mij het onaangename gevoel dat een deel van mij, in Libanon achter bleef.
Toen we eenmaal op weg waren en het laatste zicht op de Libanese kust in de diepte verdween, hoorde ik achter me iemand roepen: “als ik thuis kom wil ik eerst een frietje speciaal”. Ondertussen vroeg ik me af waarom ik eigenlijk niet had bijgetekend toen dat nog kon. Natuurlijk kon ik alsnog bijteken maar zou ik dan ook nog een keer naar Libanon kunnen? en zou ik Libanon, post 7-6b of Tango nog ooit terug kunnen zien" maar ook "Hoe zou een nieuwe Israëlische overheersing zijn voor de bewoners van Maydal Zun?" Dat soort vragen spookten door m’n hoofd tot een bericht over het weer vast maken van gordels, uiteindelijk mijn mijmeringen verstoorde. Het vliegtuig begon te dalen en uiteindelijk landde het op Schiphol.