Terugkijkend
In Libanon was het onze taak geweest om vrede en stabiliteit te brengen in een land waar al jaren gevochten werd en volgens mij is dat toen, tenminste in het hoekje van Libanon waar ik toen ook zat, best aardig gelukt. Er is, terwijl ik daar was, in ieder geval maar een echte ordeverstoring geweest en dan heb ik het natuurlijk over “het incident”. Het was echter pas toen ik, jaren na Libanon, gegevens voor dit verhaal begon te verzamelen, dat ik begon te beseffen wat er daar echt allemaal aan de hand is geweest.
Tijdens de opleiding voor Libanon, had men ons eigenlijk vooral voorbereid op de lange frontlinies van de tweede wereldoorlog. Nou heb ik, door een brommer ongeluk acht, best wel op Libanon gerichte weken van die opleiding gemist dus mijn oordeel daarover is niet helemaal eerlijk.
In Libanon waren er in ieder geval geen lange frontlinies om te verdedigen en pas achteraf terugkijkend besef ik goed hoe totaal anders mijn leven in Libanon eigenlijk was ten opzichte van wat ik, tijdens de opleiding had geleerd.
Net terug uit Libanon, heb ik van verschillende mensen de opmerking gehad dat ik echt veranderd was. Goede jeugdvriend, Bert en zijn familie hebben me dat toen bijvoorbeeld, vaker nadrukkelijk op het hard gedrukt.
Het heerlijke gevoel dat ik in libanon had, dat gevoel dus dat ik echt iets te betekenen had werd, eenmaal terug al snel een achtergrond iets. Ik was verliefd en ging trouwen en dan verdwijnt al het andere even naar de achtergrond, maar nog in Libanon, had ik me al in het hoofd gehaald dat ik alleen met m'n vriendin echt zou kunnen praten maar dat ging duidelijk nog nog niet meteen gebeuren. Dat zou echter vast later nog wel gaan gebeuren. Toch? Als zij er aan toe was of zo? Ik moest gewoon nog even wat langer wachten.
Eenmaal weer “gewoon” werkend in Nederland, werd dat libanon gevoel echter steeds meer een achtergrond iets, maar ik was verliefd en ging trouwen en dan verdwijnt al het andere vanzelf naar de achtergrond.
Nog in Libanon, had ik me al in het hoofd gehaald dat ik alleen met m'n vriendin echt zou kunnen praten maar dat, ging dus nog nog zeker niet meteen gebeuren. Daar zou vast later nog wel tijd voor zijn. Toch? Als zij er aan toe was of zo? Ik wachtte al zo lang op dat gesprek en moest gewoon nog even wat langer wachten.
Die voor mij zo fantastische tijd, was voor haar namelijk een onaangename bijkomstigheid. Een onderwerp ook, waar ze absoluut nooit over heeft willen praten. Iets dat ook ik dus maar snel moest vergeten. Alsof ik dat kon.
Zij leek te denken dat als je ergens maar niet over praat, het er niet meer is en wat haar betreft bestond het hele onderwerp Libanon dan ook helemaal niet. En dat terwijl ik er juist met haar uitgebreid over wilde praten. Zij me zou begrijpen toch?
Ondertussen was ik wel echt verliefd dus tien maanden na m’n terugkomst, werd ze wel gewoon mijn vrouw. Goede jeugdvriend Bert was toen nog mijn getuige maar eenmaal getrouwd, zagen Bert en ik elkaar echter alleen nog omdat hij nou eenmaal een collega was en we samen naar ons werk reden. Samen naar bijvoorbeeld een film, werd toen iets van toen we nog jong waren en toen ik uiteindelijk bij dat werk ontslagen werd, zag ik hem dan ook helemaal niet meer maar als net getrouwde man, was ik natuurlijk wel erg gelukkig, vooral toen ik eenmaal vader was geworden.
Haar wereld van antimilitarisme, kernwapen demonstraties en de natuur redden, stond echter mijlenver van me af. Die wereld is ook later nooit echt de mijne geworden maar doordat ik smoorverliefd was, accepteerde ik heel veel van wat voor mij persoonlijk een wereld van pure ontkenning was. Een wereld ook, waarin ik zeker niet kon blijven wie ik in Libanon was geworden. Ik noem dat hier dan ook heel bewust “haar” wereld.
Toen ik bijvoorbeeld eens, met m'n ondertussen vrouw en haar al hoogzwangere buik, bij een Libanon maat en zijn ouders in Rotterdam op bezoek ben geweest, was zij daar zeker niet blij mee. Nog in Libanon hadden we adressen en telefoon nummers uitgewisseld en we bleken toevallig in de buurt te zijn. Toen ik haar daar alleen maar even bij die vreemde mensen op de bank had achtergelaten om met m'n maat even rustig op zijn kamer bij te kunnen praten, was zij daar zeker niet blij mee geweest. Ze was natuurlijk wel erg blij toen we daar (voor haar eindelijk) weer weggingen. De rest van die dag was ze toen, niet te genieten.
Mijn probleem met die hele situatie was echter breder dan alleen het feit dat m’n vrouw niet wilde praten of dat er thuis geen Libanon foto’s of oorkondes aan de muur mochten. Iedere keer dat ik, na Libanon, tegen wie dan ook over m’n ervaringen ben begonnen, werd er niet echt geluisterd of werd ik terug naar het, het onderwerp van dat moment geroepen.
Ik kwam bijvoorbeeld ook eens bij een “sociaal psychiatrisch medewerker” van het RIAG terecht voor mijn huwelijkse problemen en wilde tegen hem over Libanon beginnen maar hij haalde me onmiddellijk weer bij dat onderwerp weg, en terug naar mijn huwelijk dat slecht liep. “Daar gaat het hier niet over”, zij hij toen hij me terug bij de les riep.
Ik was me toen ook nog niet echt bewust van het feit dat, Libanon voor mij wel de onderliggende reden voor alles was. Van die link werd ik me namelijk pas echt, bewust door het schrijven van dit verhaal.
Bij een praatgroep van dat Riagg had ik een wat oudere man ontmoet die een goede vriend werd. Als kleine jongen had hij de tweede wereld oorlog in Nijmegen meegemaakt en met hem kon ik wel praten maar hij boog uiteindelijk het onderwerp altijd weer terug naar zijn eigen oorlogstrauma’s. Andere mensen waren al bijvoorbaat niet in mijn crisis geïnteresseerd.
Ondertussen probeerde ik maar gewoon verder te gaan in die wereld van ontkenning. Een duidelijke herinnering uit die tijd is bijvoorbeeld;
“Ik loop over de overloop naar de slaapkamer van ons dochtertje. Beneden in de huiskamer zitten m'n vrouw en wat vrienden. Ik kan ze hier boven horen lachen maar juist die gezelligheid ben ik net ontvlucht.
Ik heb die mensen echt niets te vertellen. Hun wereld is echt niet mijn wereld en ze verstikken me met hun gezellige, groene, hippie idealen en antimilitarisme.
Voorzichtig open ik de slaapkamerdeur van m’n dochter en terwijl ik even kijk hoe ze daar zo vredig uitgestrekt in haar ledikantje ligt te slapen, brengt die aanblik m’n gedachten weer een beetje tot rust. Daarna ga ik even in onze ouderslaapkamer, op de rand van het bed zitten. Beneden wordt weer gelachen maar dat is net als deze slaapkamer mijlenver verwijderd van m'n belevingswereld, een beetje alsof dit leven in een andere dimensie gebeurd. Ik voel me ook totaal niet verbonden met die wereld, en terwijl ik hier boven op de rand van het bed zit, laat ik m’n gedachten maar weer eens afdwalen naar een militaire, nachtelijke, gewapende patrouille, nog helemaal niet zo lang geleden.
Dat is tenminste een wereld waar ik het gevoel heb dat ik er thuis hoor. Even voel ik het vertrouwde gevoel van een geladen wapen aan m’n schouder. Even voel me weer volkomen thuis. Het moment is echter vluchtig en ik vind mezelf snel weer terug, zittend op de rand van bed in een heel gewone, slaapkamer."
Beneden klinkt de gitaar van eén van die vrienden als die een bekend lied inzet. dat roept me uiteindelijk weer terug naar de wereld waarin ik leef. Even blijf ik nog op het bed zitten, maar dan slik ik m’n onvrede maar weer weg en ga maar weer naar beneden. Terug naar de gezelligheid. Als ik de huiskamer weer in loop, vraagt m’n vrouw of onze dochter goed slaapt. Ik zeg dat alles goed is en zo lijkt het net of ik alleen maar even ging kijken hoe het met haar is.