De eerste patrouille
Onze eerste nachtelijke patrouille, liepen we meteen tijdens de eerste nacht daar al en natuurlijk moesten we ons toen, voor het vertrek nog even netjes op een rij opstellen voor een keurige wapeninspectie. Nog in Nederland waren alle soorten van inspecties, nog een heel normaal dagelijks onderdeel van het soldaten bestaan geweest. Als je daar uit bed was gekomen werd zelfs je bed geïnspecteerd of je het wel netjes en op de correcte manier, had opgemaakt.
Die inspecties waren ons daar “met de paplepel ingegeven”. Alleen toen in Libanon onze voorgangers onze, tot op dat moment dus nog gewone wapeninspectie, met een geamuseerde uitdrukking op hun gezicht stonden te bekijken, vond ik die inspectie ineens een erg vreemd en overdreven geforceerd iets.
Voor onze sergeant was het op dat moment echter gewoon ‘de’ manier om er zeker van te zijn dat er niemand per ongeluk, zonder het te weten, met een “doorgeladen” wapen op pad ging. Je kunt er namelijk beter niet blind op vertrouwen dat een wapen dat je net voor het eerst uit de kast hebt gepakt, daar door z'n vorige eigenaar op een correcte “half geladen” manier in is gezet.
Voor de sergeant, op dat moment, was die inspectie dus, de snelste manier om daar zeker van te zijn. Ongelukken met wapens gebeuren als je dat soort zaken laat verslonzen. De sergeant nam dus gewoon zijn verantwoording als postcommandant maar door de geamuseerde gezichten waarmee het restant van onze voorgangers, die al een half jaar in Libanon waren, er toen bij stonden te kijken, had deze jongen het gevoel dat hij ineens veranderde van de ervaren soldaat zoals hij zich in Nederland nog had gevoeld, naar het groentje dat hij in Libanon feitelijk nog was.
Misschien is het nuttig als ik die wapen termen even, een beetje extra toelicht voor gewone mensen.
Als je namelijk een magazijn met munitie in het wapen schuift is het wapen officieel "half geladen" Je kunt nog niet schieten maar er zitten wel al kogels in. Zo pakten wij ze ook uit de wapenkast bij de deur van onze prefab. Je pakte dus standaard een half geladen wapen mee als je op pad ging of op wacht moest. Als je vervolgens het wapen "aanspant" zit de eerste kogel in de loop en is het dus "doorgeladen" maar vanbuiten is er dan, bij de meeste wapens nog geen zichtbaar verschil en daarom ook moet je dat even controleren als je zo’n wapen uit de kast pakt.
Over zo’n wapen moet je gewoon niet te makkelijk gaan denken. Het blijft een echt wapen met echte kogels er in. Het lijkt me ook “bijzonder onprettig” als je per ongeluk iemand verwond met een ongecontroleerd, toch afgevuurde kogel als zo’n wapen toch afgaat omdat je het niet hebt gecontroleerd.
Voor die inspectie moesten we trouwens wel eerst het magazijn met munitie, dat al in het wapen zat, er uit halen om het er na de inspectie en bij het commando "half laden" weer netjes in te kunnen schuiven.
Uiteindelijk, toen alles door onze sergeant gecontroleerd en goed bevonden was, liepen we, geleid door de sergeant van onze voorgangers, goed bewapend de poort uit voor onze allereerste echte nacht patrouille.
In het Libanese binnenland en zeker in de buurt van onze post, vond je toen geen straten of straatlantaarns dus eenmaal buiten de poort zag ik met mijn verwende, Nederlandse ogen, in eerste instantie, alleen maar inktzwarte duisternis. Alleen met heel veel moeite kon ik daar, die eerste keer, een schim van het pad waarop ik stond, onderscheiden.
De postcommandant van onze voorgangers die de patrouille leidde, gaf ons buiten de poort, gelukkig eerst een kwartier om een beetje aan het donker te kunnen wennen voordat we zouden vertrekken en tijdens dat kwartier vertelde hij onder andere dat hij in het begin ook niets had gezien, maar dat het snel went. Hij zij; "na een paar weken hier, zie je steeds beter in het donker", en dat bleek ook zeker te kloppen.
Toen, na dat kwartier de duisternis een klein beetje begon op te trekken, zag ik nog steeds niet veel maar we vertrokken.
Met nog onzekere tred volgde ik toen degenen die voor me liepen maar ik zag nog echt niet genoeg om daarbij ook nog me heen te kunnen kijken naar wat er daar ook te zien zou kunnen zijn. Ik had het namelijk veel te druk met niet struikelen over iedere steen die ik niet op het pad dat we volgden zag liggen.
Na een week in Libanon, werd die duisternis echter inderdaad steeds minder ondoordringbaar en hoefden we ook niet meer een kwartier buiten de poort te wachten voordat we wat begonnen te zien. Tegen die tijd had iedereen ook z'n eigen persoonlijke wapen op een vaste plek in die wapenkast staan, dus als we op patrouille gingen, griste je gewoon, je wapen uit de wapenkast in de keuken en liep dan zonder problemen, direct vanuit de TL verlichte prefab, het nachtelijke duister in. Zelfs in de donkerste, meest bewolkte en regenachtige nachten. (Ik was daar in de winter en dan regent het daar veel dus.) Tijdens heldere, maanverlichte nachten was tegen die tijd, ook m'n maan schaduw duidelijk te zien in dat voorheen nog zo stikdonkere landschap.
Bij die eerste patrouille echter had ik, ook doordat ik nog niks zag, echt het gevoel dat er op ieder moment een terrorist uit die inktzwarte duisternis tevoorschijn kon springen. Ik volgde dus met een lijf vol adrenaline, de gene die voor me liep.
Het geladen wapen aan m’n schouder gaf me daarbij wel een beetje een gevoel van "wie doet me wat", maar dat is niet echt een overtuigend gevoel als je je heel bewust bent van het feit dat je degene die je iets aan zou kunnen doen, helemaal niet op tijd kunt zien.
Achteraf terugkijkend, ben ik dan ook vooral blij dat, ik persoonlijk, toen nooit een antwoord heb gehad op de vraag wie me iets aan zou kunnen doen.
Die eerste keer liepen we ook nog, met een te kleine tussenruimte om elkaar maar niet uit het oog te verliezen, de inktzwarte nacht in en natuurlijk mocht je daar geen zaklamp gebruiken. Aan de ene kant omdat je dan zelf al van kilometers afstand wordt gezien maar ook omdat je dan, buiten de lichtkring van je zaklamp, nog steeds niks ziet. Je ogen wennen nooit echt aan het donker als je met een zaklamp gaat lopen zwaaien.
In eerste instantie volgden we toen het pad in de richting van het dorp, maar na een paar honderd meter gingen we van dat pad af en liepen we in in de richting van onze allereerste nachtelijke "Luisterpost" (waarnemingspost). De patrouilles duurden gewoonlijk een uur of zeven en in die uren namen we, op drie plaatsen zo'n tijdelijke post in. De eerste was bij een opgeblazen raketbunker, op de helling van de heuvel van het dorp. De foto's zijn trouwens gemaakt toen we de patrouille eens overdag liepen omdat we tijd over hadden.
Die eerste keer liepen we echter, nog struikelend over stenen, rotsen en struikjes die we niet of te laat zagen, het stikdonkere landschap in. en in dat zelfde stikdonker beklommen we ook de heuvel naar die bunker waar we dus een uur, stilletjes en met een onderlinge afstand van een paar meter zaten waar te nemen.
Tijdens zo'n patrouille mochten we natuurlijk niet echt praten want we mochten zelf niet gehoord of gezien worden door eventuele onverlaten. De rokers onder ons mochten eigenlijk ook niet roken omdat zo’n gloeiende sigaretten peuk, ook erg goed is te zien in het donker. De verstokte rokers onder ons, (niet rokers waren in die tijd nog een minderheid.) leerden echter snel genoeg om dat gloeiende puntje met hun handen af te schermen want een hele nacht zonder een peuk wakker blijven, dat kan natuurlijk niet.
In de loop van dat eerste uur bij die bunker, begonnen m’n ogen pas genoeg aan het donker te wennen om te zien waar ik überhaupt was, en toen dat uur voorbij was, klommen we nog een stukje omhoog en over de heuveltop heen naar onze tweede Luisterpost bij een verlaten huis. Daar begon het hele proces van zitten en de wacht houden dan weer opnieuw.
Dat huis lag aan het eind van een smal weggetje. Hoewel woorden als huis en weggetje eigenlijk te grote complimenten zijn voor dat, gedeeltelijk geasfalteerd pad met een grijs gebouwtje zonder ramen aan het eind.
Het was een klein gebouwtje met wel twee verdiepingen dat tegen de helling van die heuvel was gebouwd, en ik denk dat de bewoners waren gevlucht voor het geweld van de oorlog, want het was vanaf de buitenkant, met kettingen en hangsloten afgesloten. Vandaar keken we uit over het veel vlakkere gebied aan de kust en tijdens heldere nachten kon je daar soms, in de verte, een teken van bewoning zien. Dingen als een lampje bij een van de schaarse gebouwen in dat iets meer bevolkte en groenere plantage gebied.
Daarna volgden we dat "weggetje" naar het dorp waar je 's nachts, niemand zag door de curfew (avondklok). Je kon daar wel soms wat geluiden horen van mensen in de huizen of dieren op binnenplaatsen. In dat dorp hing ook altijd de hele typische geur van mensen en dieren die allemaal samen leven.
Vandaar uit ging het dan naar de derde en laatste Luisterpost bij een groter kapotgeschoten gebouw aan de rand van het dorp. Het had een blauw/wit betegelde binnenplaats gehad, en toen het nog heel was geweest was het vast erg mooi geweest.
Van daaruit keken we uit over het dal in de driehoek tussen het dorp, onze eigen post en de zuid Libanese post Tango aan de overkant. Aan de verre horizon was dan weer de heuvelrij waar de grens met Israël was, In de nacht kon je die echter alleen zien als ze hun enorme zoeklichten aan hadden. Uiteindelijk liepen we langs het gewone, verbreedde geitenpad terug naar onze eigen post. Je was dan dus zo'n beetje de hele nacht onderweg geweest.
Die patrouille liepen we dus iedere nacht. Toen het, richting januari eenmaal echt winter werd, merkten we wel dat de temperaturen in een Libanese winternacht, toch aardig onderuit konden gaan maar sneeuw of ijs, heb ik daar niet gezien.