Militair in Libanon


Op een rustige, zonnige middag, kondigde de sergeant aan dat we "schietoefeningen" zouden gaan doen. Ik geloof dat alle aanwezige munitie op de post, ieder jaar ververst werd en de ‘oude’ gingen we dan weg schieten in een verlaten wadi aan de kust.

We gingen dus, met onze YP's en een deel van de manschappen, naar die wadi voor die zogenaamde oefening. 

Voor de punt50 waren er kisten vol met munitie te verschieten en daar had ik ook zeker wel zin in. 

Wij reden toen, met wapens en munitie naar de kust en naar de wadi in kwestie. Daar aangekomen, werden we naast elkaar opgesteld. Natuurlijk hebben we toen eerst de wadi geïnspecteerd. Er stond daar een oude, dode cederboom die het die middag zwaar te verduren zou krijgen maar er lagen natuurlijk ook wat rotsen die als doel konden dienen. Er was daar al veel vaker geschoten dus in die boom zaten al heel wat kogel gaten. Hem van dichtbij bekijkend vond ik het trouwens wel een indrukwekkend gezicht om een boom te zien, waar je je armen niet eens helemaal omheen kunt krijgen, met kogelgaten er dwars doorheen. Nou moet ik er wel bijvertellen dat cederhout natuurlijk niet het hardste hout is, (Het is het houd waar van oudsher potloden van gemaakt werden.) maar het blijft indrukwekkend om te zien wat zo'n punt50 kogel kan aanrichten.

Na de inspectie stapten we in en deden onze oordopjes in (Dat is zeker niet overbodig als je met zoveel wapens tegelijk aan het schieten bent.) en begonnen met onze zogenaamde schiet oefening”.

Uiteindelijk werd het gewoon een leuke middag aan de kust in de zon want tussen de salvo's door was het gewoon gezellig en hadden we ook tijd om lekker in de zon te zitten en te ouwehoeren met jongens die we niet iedere dag zagen.


In het dorp, vlakbij de CP woonde een vrouw die de was voor ons deed. Die hoefden we dus gelukkig niet zelf te doen. We brachten de was gewoon weg en haalden hem weer op, samen met de voorraden vanaf de CP. De was werd dus keurig verzorgd en we kregen alles schoon en opgevouwen terug. Ik ben ook nooit iets kwijtgeraakt in de was terwijl ze toch voor best veel van ons de was deed. Alleen alles rook een beetje typisch want ze had natuurlijk geen wasverzachters of zeep met dennen geur. 


Op een middag, toen ik terugkwam van een bevoorradingsrondje, kreeg ik een splinternieuw wapen in m'n handen geduwd. Het was geen van tevoren aangekondigde actie en het ging gewoon van hier, dit is vanaf nu je wapen. Natuurlijk heb ik de sergeant nog wel wel om opheldering gevraagd maar hij was erg kortaf met z'n antwoord. (Misschien had hij zelf ook geen idee?) Zijn antwoord maakte het voor mij in ieder geval duidelijk dat ik er niet over door moest zeuren. Aan dat oude wapen gemankeerde helemaal niets dus ik vond het een erg vreemde actie. Door dat oude wapen met slijtplekken zag ik er, vond ik, meer uit als een ervaren soldaat.

Het nieuwe was helemaal met een taai soort plakkerig wapenvet bedekt. Het voelde helemaal stroef aan en volgens mij was het ook nog nooit gebruikt. Voor mijn gevoel leek ik daarmee ineens weer op een verse, nieuwe soldaat en dat vond ik helemaal niet prettig. 


Op de meeste dagen daar kabbelde het leven gewoon echter gewoon verder, Iedereen had z’n taken en niemand maakte zich nog druk om een paar losse geweerschoten of een ver mitrailleur salvo. 

Als je dan geen wacht of corvee-dienst had en ook niet met de voorraden in de weer was, had je dus veel tijd over.


’S avonds zaten we vaak in de huiskamer van onze prefab. Als je tenminste geen wacht of patrouille had. Op een avond toen het bijna tijd was voor die patrouille, besloot de kachel in onze huiskamer dat die rust van ons maar eens verstoord moest worden. 

In de nacht kon het fors afkoelen en dan is zo’n kacheltje wel prettig. De kachel in kwestie was een eenvoudige allesbrander die we op benzine lieten branden. We hadden het ook eens met diesel geprobeerd maar toen stond het hele kacheltje rood-gloeiend te loeien.

Op de avond toen het misging, was het bijna tijd voor de nacht patrouille toen plotseling die kachel in lichterlaaie stond en voordat we goed en wel doorhadden wat er gebeurde, sloegen de vlammen al tegen het golfplaten dak van onze huiskamer. Iedereen sprong overeind en iemand wilde al met de wapens van de post gaan slepen om alles in veiligheid te brengen. (De wapens stonden in de wapenkast in de keuken en dat was dus in het zelfde gebouwtje.) Gelukkig viel het uiteindelijk mee omdat iemand nog de tegenwoordigheid van geest had om gewoon de brandstoftoevoer af te sluiten. Het vuur ging toen gelukkig ook bijna onmiddellijk weer uit. 

De vlammen lieten echter wel een enorme zwarte vlek achter in onze huiskamer. Een vlek die we, de volgende dag, gewoon hebben weg geschrobd met een sopje waarna er zo goed als niets meer van te zien was. De wanden van de prefab waren dus niet verbrand. Ze waren ook van een brandwerend materiaal. 

Toen iedereen van de schrik was bekomen, hebben we nog wel gelachen om de situatie en vooral om elkaars reacties. Gewoon jongens onder elkaar dus.