Libanon


Aankomst op m'n post


Over mijn precieze bestemming in Libanon, had niemand me van tevoren iets verteld, maar eenmaal daar aangekomen bleek die bestemming “post 7-6b” te heten. Waarbij we in het Nederlandse leger natuurlijk het officiële NATO spellingsalfabet hanteren en die “b” als Bravo uitspreken. In het dagelijkse radio verkeer binnen onze compagnie werd die naam dan weer afgekort tot 6-bravo. Iedere compagnie had zijn eigen radiofrequentie en die zeven werd binnen onze compagnie gewoonlijk weggelaten omdat alle Nederlandse posten, die zeven in de postnaam hadden. Het Nederlandse was namelijk het zevende U.N. gebied. 


De post in kwestie lag, op een kale heuvel zo'n twee km buiten het dorp waar we onze CP hadden achtergelaten en was een rustige kleine post in het verder erg lege, heuvelachtige Libanese binnenland.

Rond de post was een aarden wal opgeworpen waardoor ze nauwelijks opviel als je haar, de heuvel oprijdend, naderende vanuit het dorp. Pas als je vlakbij was zag je dan de blauwe UN vlag die boven de wal uitstak. 


Toen ik daar aankwam voelde ik me, met m'n nieuwe legergroen, echt weer een verse soldaat. Een soldaat die, alleen maar bewapend met een weekendtas, aankomt op een militaire post in zuid Libanon en bij die aankomst pas ontdekt dat, dat dus de bestemming is, waarvoor hij naar Libanon is gestuurd. 

We werden daar verwelkomd door een paar gebruinde mannen in, niet meer zo nieuw legergroen, die zich in die voor ons nog zo nieuwe omgeving voortbewogen met die vanzelfsprekendheid die je krijgt als alles gewoon is geworden omdat je er al maanden bent. De post was gebouwd langs een verbreed geitenpad en er waren nog andere Nederlandse posten in de buurt die echter, vanaf de onze niet direct te zien waren. Dus niet die veel grotere Commando Post in het dorp vanwaar we naar die plek waren gereden, (Dat dorp zelf was trouwens nog wel te zien.) en niet de volgende Nederlandse post post 7-6C (zeven-zes Charly), die zo'n twee kilometer verder langs het zelfde pad lag en waar ook negen van onze jongens waren geplaatst. 

Die beide andere Nederlandse posten waren, in rechte lijn op de kaart gemeten, ongeveer net zo ver van ons verwijderd als de zuid Libanese militairen van het roadblock van post Tango, die wij natuurlijk wel konden zien omdat we vooral op die plek waren geplaatst om post Tango in de gaten te kunnen houden. 

Dat roadblock, werd trouwens bemand door het officieuze zuid Libanese leger dat SLA (South Lebanese Army) of DFF (De-Facto Forces) werd genoemd. (Zoals je ziet is het leger, dol op afkortingen.)

De zwaarbewaakte Israëlische noord grens, waar meters hoge hekwerken met wachttorens en zoeklichten je op overtuigende wijze duidelijk maakten dat het tot daar en niet verder was, was met de vaste verrekijker op onze wachtpost, nog net te zien.


Wij, de eersten van de nieuwen, zouden daar een week de tijd hebben om van onze voorgangers alle ins en outs te leren van hoe het dagelijkse leven in Libanon in z'n werk moest gaan. Na die week zouden zij ook vertrekken en zou de rest van ons in Libanon aankomen. Dat hele proces werd een “rotatie” genoemd en, voor de mensen die dat allemaal hadden moeten regelen, was dat ongetwijfeld een hele logistieke operatie geweest die ik, mij totaal niet bewust van al dat geregel, maar gewoon onderging. Tegen ons werd sowieso nooit over dat soort organisatorische kwesties gesproken. Wij waren namelijk gewoon het voetvolk dat je gewoon ergens naartoe kunt sturen. Niet belangrijk genoeg dus, om alles te moeten weten. 

In de maanden die ik vervolgens in Libanon ben geweest, had ik er trouwens ook geen idee van hoe de hele situatie daar nou echt in elkaar stak. Nou geloof ik niet dat iemand echt het complete overzicht had in die "Palestijns - Israëlisch - Libanese chaos", maar men had ons toch best, iets meer kunnen vertellen.


Misschien moet ik hier ook nog eerst even benadrukken hoezeer het leven in Libanon compleet anders bleek te zijn dan waar men ons tijdens de opleiding in Asen op had voorbereid. Die opleiding had zich namelijk in eerste instantie vooral gericht op een eventuele sovjet Russische aanval die moest worden afgeslagen. De Sovjetunie bestond toen nog en de "koude oorlog" heerste dan ook nog volop. Alle westerse legers waren er dan ook op gericht om een aanval uit die hoek af te slaan. In Libanon bleek dat, echter helemaal niet aan de orde te zijn.