Maanden
Veel Libanon-gangers waren geloof ik, wel blij dat de tijd in Libanon, voor hen eindig was. Dat gold echter zeker niet voor mij.
In die maanden die ik daar ben geweest, heb ik, levend in mijn eigen bubbel, de gedachte dat ik uiteindelijk weer terug naar Nederland zou moeten, zo veel mogelijk vermeden. Eigenlijk beschouwde ik het hele naar Nederland gaan ook echt niet meer als een terug naar huis gaan. Ik voelde me namelijk helemaal thuis in Libanon.
Het feit dat ik m'n vriendin weer terug ging zien, zag ik fijtelijk als het enige positieve aan dat hele idee van, weer terug moeten. Ik heb zelfs wel eens met de gedachte zitten spelen dat het mooier zou zijn om m'n vriendin ook naar Libanon te halen, maar ik wist op dat moment natuurlijk heel goed dat, dat, nog afgezien van het feit of zij zoiets überhaupt zou zien zitten, een volkomen onuitvoerbaar plan was.
Zoiets is echter wel erg leuk om over te fantaseren als er verder helemaal niets gebeurd terwijl je, in de nacht een paar uur in je uppie op wacht zit. Het geeft ook mooi aan hoe goed ik me in Libanon heb gevoeld.
In de tijd had ik ook nog alle vertrouwen in de hoge heren die me gestuurd hadden en ik ging er nog van uit dat zij in ieder geval, heel goed wisten wat ze deden toen ze een stel, minderjarigen, naar een burgeroorlog in een ver land stuurden.
Op m’n negentiende, vond ik mezelf natuurlijk ook al erg volwassen.
Allang weer terug in Nederland heb ik wel eens gehoord dat zo’n bezoekende minister, stomverbaasd had gereageerd als hem, op bezoek bij sommige posten verteld werd, dat er daar ook wel eens op die post geschoten werd. ("Vanaf die kant wordt er wel eens op ons geschoten.") Op mijn, erg rustige post was dat, echter niet het geval omdat degenen die op ons zouden kunnen schieten, minstens twee kilometer verderop zaten en dat was gewoon te ver weg. Bij ons hoorde je alleen schoten in de verte of als radiomelding.
Wij hoorden ook altijd pas als laatste of helemaal niet wat er allemaal precies gaande was. Zo was ons, bijvoorbeeld tijdens “het incident" en de "FMR inzet", ook al niet echt verteld wat er precies de rede was voor al die actie.
Veel van wat ik daar over weet, heb ik jaren later in ingescande rapportages gelezen. Rapportages die ik van het internet heb geplukt toen ik gegevens voor dit verhaal ging verzamelen.
Dat de aanvankelijke sympathie tussen de Palestijnen en hun Libanese mede moslims ondertussen in haat en onvrede was veranderd, merkte ik, op die erg afgelegen post ook niet echt op. Ik was ook gewoon niet lang genoeg in Libanon om dat proces van jaren op te kunnen merken.
Toen ik in Libanon was, was Israël allang een gevestigde macht in het Midden-Oosten. Het was dat land achter die zwaar bewaakte grens met metershoge hekwerken.
Op m’n afgelegen post had ik ook nauwelijks contact met de, in principe alleen Arabisch sprekende, Libanese bevolking. Een bevolking die, naar ons toe, alleen maar vriendelijk was omdat wij een stel "rijke" westerlingen waren, waar ze goed geld aan verdienden terwijl we er ondertussen ook nog voor zorgden dat er daar even niet gevochten werd. Ons gedrag was ook een groot contrast in vergelijking met de Palestijnen die het land ondertussen in gijzeling hielden.
Het Israëlische leger was al die tijd al uitgebreid haar troepen aan de grens aan het verzamelen. Duidelijk in voorbereiding om Libanon weer binnen te gaan vallen. Daarin zag mijn avontuurlijke jongens brein echter, alleen maar een groot aankomend avontuur en ik hoopte dat ze daarmee zouden opschieten zodat ik het nog kon meemaken voordat ik weer terug moest. Het idee dat mij daarbij iets zou kunnen gebeuren kwam zelfs niet heel even bij me op omdat ik me daar best wel onkwetsbaar voelde. Vooral door alle bewapening die we altijd tot onze beschikking hadden. Ik denk dat, als je de hele dag, geladen wapens bij de hand hebt zonder ze echt nodig te hebben, je snel de nijging krijgt om te denken: “Wie doet me wat.” De jongens die daar, wel “dingen” hebben meegemaakt, (Die van “het incident” en die van de F.M.R. inzet bijvoorbeeld.) waren achteraf ook altijd weer, tenminste fysiek ongeschonden, terug op hun posten maar hoe "onkwetsbaar" zij zich nog voelden na hun “avontuur”, weet ik eigenlijk niet. Ik daar namelijk nooit met een van hen over gesproken?
Nu, jaren later heb ik ook een beetje de indruk dat wij UN militairen, daar vooral getolereerd werden omdat onze aanwezigheid zorgde voor een relatief vredige situatie, een adempauze dus. Achteraf zou ook blijken dat het alleen maar een adempauze is geweest.