Libanon
Vervreemding
In de tijd dat ik in Libanon was, was ik nog helemaal geen brieven schrijver en het kwam zelfs niet bij me op om iets te melden over eventuele meldingen die via de radio soms te horen waren. Ik probeerde sowieso alleen op een zo zorgeloos mogelijke toon te schrijven omdat ik haar niet ongerust wou maken.
In een brief die ik 's nachts, op wacht was begonnen, had ik bijvoorbeeld gezet: “Ik word de hele tijd gestoord door de radio want er schijnt de één of andere figuur, door ons gebied te rijden die hier niet hoort. Ik schrijf morgen, ik bedoel vanmiddag, wel verder”, maar dat was ook alles wat ik daar toen over te melden had.
In werkelijkheid was er toen de nodige drukte geweest over mogelijke infiltraties bij de plantages aan de kust en er werden verschillende extra patrouilles gelopen om te zien wat er precies gaande was. Uiteindelijk bleek het niets bijzonders te zijn. Alleen een local (burger)die de curfew, (de avondklok) had genegeerd om even ergens op bezoek te kunnen.
Door die curfew hoorde er in de nacht echter, buiten ons, helemaal niemand buiten te zijn. Via de radio was dat allemaal mooi te volgen. Tenminste, zolang de draagbare zenders aan de kust nog binnen ons ontvangst bereik waren. Dat, was echter soms niet het geval en dan hoorden we alleen de reacties en instructies van post of CP duidelijk.
Nu, achteraf kan ik natuurlijk heel gemakkelijk zeggen dat het, rond onze post altijd rustig was. Maar op zulke momenten zit je natuurlijk wel met de spanning van “wat gebeurt er?” Vooral op momenten dat je via de helft die je wel hoorde, meende te kunnen op maken dat er echt iets gaande was. Je moet je daarbij ook realiseren dat er daar ondertussen natuurlijk wel een echte burgeroorlog gaande was.
Tijdens die lange, stille, nachtelijke uren had ik, buiten dit soort momenten om, natuurlijk wel heel veel tijd om van alles te bedenken. Bijvoorbeeld over de situatie waarin ik verzeild bleek te zijn geraakt. Dan bedacht ik bijvoorbeeld dingen als:
"Als iedereen hier, al z'n geld en energie nou eens zou besteden aan het verbeteren van hun wereld. Dan zou het hier vast veel beter gaan. Het punt is alleen dat zij ervan overtuigd zijn dat ze alleen door het winnen van hun strijd, die wereld kunnen verbeterden." En dan staat ook nog de verbetering van de eén, lijnrecht tegenover de verbetering van de ander. Ze vechten ook niet voor niets al jaren.
Een belangrijk punt om daarbij oon nog op te merken is ook dat de Palestijnen in Libanon, eigelijk alleen maar Palestina terug wilden veroveren van de joden die daar, in 1948 de staat Israël hebben gesticht, maar over dat detail had niemand in Nederland me iets verteld bij m'n militaire opleiding voor Libanon. Dat is trouwens ook een feit dat nu nog steeds buiten beschouwing wordt gelaten als men het over “Het Palestijnse probleem” heeft.
Het valt me nu achteraf wel op hoezeer mijn algehele beleving van alles wat ik om me heen zag, toen al was veranderd ten opzichte van vlak na aankomst in Libanon. Ik was dus al niet meer die schoolverlater die, eigenlijk veel te jong nog, naar Libanon was gestuurd.
Nog in Nederland had ik vooral veel sympathie gevoeld voor Israël omdat dat het land was, waar de joden woonden die in de tweede wereld oorlog, nog aan de gaskamers van Hitler waren ontkomen. Over Palestijnen was bij de opleiding sowieso alleen gesproken in hun hoedanigheid van terroristen waartegen we Israel moesten beschermen maar eenmaal in Libanon kreeg ik wel steeds meer sympathie voor die Palestijnen. Voor de underdog dus, die hun stijd streden tegen het machtige Israel.
Door dit soort Ideeën vervreemdde ik onopvallend steeds meer van de jongen die ik was geweest. Dingen als naar school gaan en dromen over later, of met Bert naar de bioscoop, stonden in Libanon zo onvoorstelbaar ver van me af. Dat was het leven van iemand die ik alleen maar vaag kende, of een jongensboek dat ik misschien ooit eens gelezen had.
In mijn nieuwe leven liep ik rond als gewapend militair en zat ik, als onderdeel van een "vredesleger", (Wie heeft trouwens die krankzinnig tegenstrijdige term eigenlijk bedacht) met negen man op een post in een prachtig weids landschap. Het had me ruim 3000 km van huis gebracht naar dat vreemd, mooie land waar vaak wel ergens schoten te horen waren maar waar ik me ondertussen wel helemaal op m'n plek voelde.