Herinneringen
Op een dag kwam ik terug van een bevoorrading rondje en hadden de jongens wilde verhalen over een zware ontploffing die om ongeveer kwart voor twaalf was gehoord. De precieze plaats van die explosie was moeilijk aan te wijzen, maar volgens Jan B, die op dat moment op wacht had gezeten, was het ergens achter T geweest. Zelf heb ik de hele explosie, niet gehoord omdat ik met de voorraden onderweg was en dus een paar heuvels verderop reed.
De hele post was, toen we daar terug kwamen, in rep en roer en er werd uitgebreid gespeculeerd over wat het geweest kon zijn. Later hoorden we dat er, niet ver achter Tango, een nieuw waterpunt gemaakt was.
In de rotsige bodem van de zuid Libanese heuvels, kom je met een schop echter niet ver. Je moet daar dus met grover materieel te werk gaan als je een gat wilt maken en dat grovere materieel dat ze daar gebruikten was blijkbaar gewoon dynamiet.
Op een dag hield De DFF van majoor Haddad oefeningen op een paar kilometer van de post. Het was vanaf de post niet te zien maar wel erg goed te horen. In principe was ieder schot verboden zonder toestemming van UNIFIL maar voor een paar losse schoten werd natuurlijk nooit toestemming gevraagd. Een compleet geoefend slagveld is een heel ander verhaal. Toen we een goed half uur bij het wachtkotje hadden staan luisteren naar schoten en radio berichten, was het echter weer stil. Blijkbaar had UNIFIL dus toch wel iets te vertellen.
De Libanese soldaten liepen gewoonlijk rond met volledig doorgeladen wapen en op patrouille werd het wapen vaak nog een keer extra door geladen. Dat hoort gewoon bij hun gedragspatroon. In het Nederlandse leger zou dat natuurlijk, absoluut ondenkbaar zijn. Er zou eens iemand gewond kunnen raken. Oefenen doe je hier met losse flodders en zelfs dan moet je voorzichtig zijn. Voor iedere patroon moet verantwoording worden afgelegd en iedere lege huls moet weer worden ingeleverd. Alsof zo'n losse flodder, een groot gevaar is voor de volksgezondheid. Zelfs het magazijn in het wapen is hier al vreemd en bij een latere UN missie mocht zelfs dat niet meer. Om met een zomaar doorgeladen wapen te lopen was dan ook absoluut ondenkbaar voor ons.
Die Libanese militair had ook nooit vrije tijd. Hij sliep in een tent en had dienst van het moment dat hij in het leger ging tot het moment dat hij er weer uit mocht. Wij Nederlanders hadden ook wel eens tijd om in de zon te gaan liggen luieren. Op ons kwam dat Libanese leger echter over als een zootje ongeregeld. Ze liepen met of zonder baret, pet of helm en met hun handen in de zakken van een uniform dat nauwelijks uniform was. Dat is in het Nederlandse leger dan weer ondenkbaar. Officieel tenminste wel. Wij hechten blijkbaar veel waarde aan uniformiteit, netheid en de indruk die we, bij mensen achterlaten. Ons leger representeert ons land en dat moet dus Keurig, stipt en ordelijk overkomen. Dat is gewoon een kwestie van prioriteiten.
De herders met hun kuddes zwierven ondertussen dagelijks, ongestoord door de ongerepte heuvels. Wij reden of liepen, gewapend en wel door de zelfde heuvels en als we elkaar tegen kwamen was er een vriendelijke groet over en weer. Tegen die achtergrond zijn dingen als kogelgaten en kapotgeschoten huizen, na verloop van tijd, een heel normaal bijverschijnsel. Ze horen bij het land alsof ze er altijd al waren geweest en voor mij, alleen maar een paar maanden daar, was het er ook altijd geweest. het land van voor de Libanese oorlogen heb ik namelijk nooit gekend.
Na weken van serieuze regenval was bij post 7-6d, Eén van de posten die we moesten bevoorraden, het wachtkotje gedeeltelijk ingestort. Bij sommige posten onder andere de onze, was dat kotje gewoon los op de aarden wal, die de post omheinde, geplaatst en door de overvloedige regen ging alles aan het verzakken en stortte uiteindelijk in. Later is dat met het onze ook gebeurt. Bij 7-6d waren er dus genisten aanwezig om voor de reparatie te zorgen. (Genisten zijn de bouwers van het leger.)
We zijn toen een paar keer met hun drietonner (vrachtwagen) naar de kust gereden om een paar aanhangers stenen op te halen en daarmee ons terrein enigszins te verharden.
Langs het "strand” lagen veel keien dus daar hebben we ze gewoon opgeschept en zo werd het iets beter begaanbaar. Onze keuken en huiskamer waren namelijk iedere keer weer een smerige glijbaan omdat iedereen zo met zijn modderklompen naar binnen kloste en met die keien werd dat een stuk minder. We hebben toen ook, met het zelfde doel een paar keurige paden aangelegd op de post.
Op een rustige, zonnige dag hebben we zo ook een keer onze patrouille, overdag gelopen en dat was wel mooi want zo kon ik foto’s maken van het gebied waar ik al die tijd ‘s nachts gelopen had. Het waren m’n laatste paar foto’s want ik had geen nieuwe rolletjes meer en de rolletjes voor mijn cameratje, verkochten ze daar nergens. Waarom heb ik eigenlijk niet gewoon een goede camera met rolletjes daar gekocht want dat kon dus wel? Ik heb zelfs wel eens met een “Canon”spiegelreflexcamera in m’n handen gestaan. De handelaar, die met z’n oude Mercedes wel eens langs de posten reed, had die toen bij zich gehad, maar die heb ik toen niet gekocht. Hoeveel foto's zou ik dan gemaakt kunnen hebben? Maar, om eerlijk te zijn was ik gewoon niet zo'n fotograaf toen. Dat soort dingen bedacht ik dus ook pas toen ik allang weer thuis was. Toen ik er nog middenin zat, was mijn hoofd niet echt bezig met herinneringen verzamelen omdat toen Libanon nog de gewone wereld was. Later heb ik vaak dingen bedacht waar ik eigenlijk foto's van had moeten (laten) maken. Zo heb ik bijvoorbeeld geen enkele (actie) foto van mezelf terwijl ik op de YP zit.
Op vrijdag morgen 5 maart zijn er, voor onze post, tussen de struiken, twee geitjes geboren. Omdat de post was gebouwd langs het oude geitenpad, kwam de geitenhoeder iedere ochtend langs de post gelopen met zijn kudde geiten. Deze ochtend was er een hoogzwangere geit die, precies bij ons voor de post, begon te bevallen. De geiten hoeder had moedergeit zo, tussen de struiken, achter gelaten toen ze begon. Ik had toen wacht dus ik kon er niet naar toe.
Theo die na mij om 9 uur, de wacht moest overnemen, wou nog graag even blijven kijken en foto’s maken. Natuurlijk wilde ik ook graag even gaan kijken, maar aangezien ik toch geen lege fotorolletjes meer had, nam ik gewoon zijn wacht nog een poosje over. De geitenhoeder kwam toen gewoon ‘s middags weer langs. Hij tilde de jonge geitjes aan een voorpoot op en nam ze zo mee. Moedergeit had alle sporen van de bevalling weggewerkt, denk ik, want toen ik ook kon gaan kijken, was er niets meer te zien.
Die zelfde avond schreef ik het voorval aan m'n vriendin en in de zelfde brief schreef ik ook: “Het is 21:00 uur en ik moet zo op patrouille (het regent) Ik schrijf straks wel verder. 3:40 uur. Zo, gelukkig zijn we niet zo nat geworden want toen we goed en wel op weg waren, stopte het met regenen. Het heeft wel de hele nacht nog geonweerd. Dat is een mooi gezicht, tussen de bergen of boven de zee. Het verplaatst zich razendsnel en op het moment rommelt het alleen nog maar een beetje”.
Op een dag, was ik net buiten de aarden wal die onze post omheinde, alleen lekker in de zon bezig. Ik stond daar alleen bij ons afvalgat, met een bij een handelaar gekochte Russische bajonet, bamboe voor ons barretje schoon te maken. De zon scheen en Flair, die me was gevolgd, scharrelde wat rond. Het aggregaat, wat je op de post continue hoorde, was daar niet te horen en ik kon kilometers ver om me heen kijken. Terwijl ik daar heerlijk stond te genieten, kwam Jan V even kijken en maakte toen deze foto van me.