Gewoon verder ?


Op m’n gewone werk, was ik al heel snel weer gewoon een van de collega's en vanuit het leger kwam dus geen enkele vorm van nazorg.

Net terug uit Libanon, heb ik van verschillende mensen de opmerking gehad dat ik echt veranderd was. Mijn goede jeugdvriend, Bert en zijn familie hebben me dat toen bijvoorbeeld vaak op het hard gedrukt. Vanuit mijn oogpunt leek echter eerder de wereld veranderd dan ik.

Mijn vriendin negeerde mijn hele Libanon periode ondertussen als de onaangename bijkomstigheid die het, voor haar ongetwijfeld ook was geweest. Alleen maar dienstplicht toch? Voor haar leek het vooral iets te zijn dat maar snel vergeten moest worden. Als je ergens maar niet over praat, gaat het vanzelf weg toch?


Toen een jaar na terugkomst, m’n vriendin mijn vrouw werd, was Bert nog wel m’n getuige geweest, maar eenmaal getrouwd, zagen we elkaar eigenlijk alleen nog omdat Bert nou eenmaal een collega was en we samen naar ons werk reden. Samen naar bijvoorbeeld een film, werd toen iets van toen we nog jong waren. Toen ik uiteindelijk bij dat werk ontslagen werd, zag ik hem dan ook helemaal niet meer.


Ik was verder natuurlijk wel erg gelukkig, vooral toen ik eenmaal vader was geworden. ik heb me toen helemaal in "haar" wereld van antimilitarisme, kernwapen demonstraties en de natuur redden, ondergedompeld want als je verliefd bent accepteer je blijkbaar erg veel. Eigenlijk was dat voor mij echter  een wereld van pure ontkenning. Een wereld ook, waarin ik zeker niet kon blijven wie ik in Libanon was geworden. Ik noem dat hier dan ook heel bewust haar wereld.


Toen ik bijvoorbeeld eens, met m'n ondertussen vrouw en haar al zwangere buik, bij een Libanon maat en zijn ouders in Rotterdam op bezoek ben geweest, was zij daar zeker niet blij mee. Nog in Libanon hadden we adressen en telefoon nummers uitgewisseld en we bleken toevallig in de buurt te zijn. Toen ik haar daar alleen maar even bij die vreemde mensen op de bank had achtergelaten om met m'n maat even rustig op zijn kamer bij te kunnen praten, had zij zich erg ongelukkig gevoeld. Ze was dan ook wel heel blij toen we daar (voor haar eindelijk) weer vertrokken. De rest van die dag is ze toen, niet te genieten geweest.


Mijn legerverleden was in haar wereld dus gereduceerd tot een oude zonde. Een fout waarover je niet hoort te praten. Tijdens mijn huwelijk was ik ook alleen nog “de man van” en toen onze dochter was geboren, “de vader van”

Thuis hingen er ook beslist geen leger oorkondes of foto’s aan de muur. Niets dus, dat niet in het nieuwe ideaalbeeld paste. Je kunt dus veilig zeggen dat ik me, tijdens m’n hele huwelijk met haar, heb voorgedaan als iemand die ik niet was en ik was bovendien hard op weg om die persoon ook echt te worden.
Ik was echter zeker niet meer de jongen waar ze verliefd op was geworden, Die jongen was ergens ver weg achter gebleven.

Ondertussen leek zij er van overtuigt dat ze me alleen maar een beetje hoefde bij te schaven om aan haar ideaalbeeld te voldoen. Een verschijnsel waardoor ik best veel relaties in zwaar weer heb zien geraken. Misschien zag ze mij ook vooral als een ontsnapping van iets dat "gewoon" was geweest. Ik was in ieder geval iets dat niemand van haar verwacht had. Zoals ik al zij, moest ik alleen maar een beetje worden bijgeschaafd.


Twee jaar later loop ik over de overloop naar de slaapkamer van ons dochtertje. Beneden in de huiskamer zitten m'n vrouw en wat vrienden. Ik kan ze hier boven horen lachen maar juist die gezelligheid ben ik net ontvlucht. Ik heb die mensen echt niets te vertellen. Hun wereld is niet mijn wereld en ze verstikken me met hun gezellige, groene, hippie idealen en antimilitarisme. Mijn legerverleden wordt door hen volkomen genegeerd. 

Toen ik net terug was in Nederland, heeft ook niemand, na de eerste vragen van "hoe was het in Libanon" nog echte interesse getoond. Iedereen leek te denken dat als je iets maar gewoon negeert, het er niet meer is. Als ik m'n gedachten maar op iets anders richt, gaat het vanzelf weg toch? Maar zo werkte dat, voor mij dus niet. Toen ik net terug in Nederland was, dacht ik nog dat ik er "later” met m'n vriendin, wel over zou kunnen praten, maar dat later, bleek nooit te komen. 


Voorzichtig open ik de slaapkamerdeur van m’n dochter en even kijk ik hoe ze daar ligt te slapen. Zo vredig en uitgestrekt in haar ledikantje. Die aanblik brengt m’n stormachtige gedachten weer een beetje tot rust. Dan ga ik naar onze ouderslaapkamer waar ik op de rand van het bed ga zitten. Beneden wordt weer gelachen maar dat is mijlenver verwijderd van m'n belevingswereld. Net als deze slaapkamer trouwens. Het is alsof dit leven in een andere dimensie gebeurd. Daardoor voel ik me ook totaal niet verbonden met de wereld om me heen, en terwijl ik hier boven op de rand van het bed zit, laat ik m’n gedachten weer afdwalen naar een militaire, nachtelijke, gewapende patrouille, nog helemaal niet zo lang geleden. 

Dat is tenminste een wereld waar ik het gevoel heb dat ik er thuis hoor. Even laat ik het vertrouwde gevoel dat ik iets te betekenen heb, toe tot in het diepst van z’n wezen. Even voel ik het vertrouwde gevoel van een geladen wapen dat aan m’n schouder hangt. Even voel me weer volkomen thuis. Het moment is echter vluchtig en ik vind mezelf snel weer terug, zittend op de rand van een heel gewoon bed in een heel gewone, slaapkamer. 

Beneden klinkt de gitaar van eén van die vrienden als die een bekend lied inzet. Even blijf ik nog op het bed zitten, maar dan slik ik m’n onvrede maar weer weg en ga maar weer naar beneden. Terug naar de gezelligheid. Als ik de huiskamer weer in loop, vraagt m’n vrouw of onze dochter goed slaapt. Ik zeg dat alles goed is en zo lijkt het net of ik alleen maar even ging kijken hoe het met haar is.